Nieuwsbrief februari 2011

Oratie prof. dr. Roelof Hortulanus

Op 15 maart 2011 zal Roelof Hortulanus, bijzonder hoogleraar ‘Sociale interventies en lokaal sociaal beleid’ ter gelegenheid van zijn benoeming tot hoogleraar een inaugurele rede uitspreken.

De titel van de oratie is: ‘Ambivalenties in het sociale domein. Opdrachtverlening, professionele verantwoording en impactanalyse, de noodzaak van meervoudigheid.’ De plechtigheid begint om 16.15 uur precies in de Aula van het Academiegebouw, Domplein 29 te Utrecht. Aansluitend zal er een receptie zijn in hetzelfde gebouw. Wij nodigen u graag uit deze oratie en de daaropvolgende receptie bij te wonen.

Ambivalenties in het sociale domein

Opdrachtverlening, professionele verantwoording en impactanalyse: de noodzaak van meervoudigheid

Werken in het sociale domein is niet eenvoudig. Lokale overheden en maatschappelijke organisaties worden aangesproken op hun bijdrage aan het oplossen van tal van sociale vraagstukken. Daarbij wordt veelal een beroep gedaan op de deskundigheid van allerlei maatschappelijke organisaties, waaronder organisaties voor welzijn en maatschappelijke dienstverlening. De beleidsmatige inzet en professionele dienstverlening stuiten vaak op het weerbarstige karakter van het sociale domein. De verwachtingen van burgers zijn hoog, de vragen om individuele hulp complex, de problemen rond het samen wonen en leven persistent en de noodzaak van informele vrijwillige inzet groot. Het sociale domein is ook een werkveld, waar beeldvorming en feiten beide om aandacht vragen, waar sprake kan zijn van uiteenlopende waarden en visies en waar rekening gehouden moet worden met de belangen en betrokkenheid van meerdere actoren.

Werken in het sociale domein gaat al met al gepaard met onzekerheden, tegenstrijdigheden en dilemma’s. En toch wordt het ambivalente karakter van het sociaal beleid en professionele dienstverlening veelal benaderd vanuit een eendimensionale illusie. We zien herhaalde pogingen om systemen en werkwijzen te ontwikkelen, die het falen in de voorgaande periode opheffen en een effectiever en vaak ook efficiënter benaderen van sociale vraagstukken naderbij brengen. Het toelaten en onderzoeken van ambivalenties brengt ons verder in het vinden van een wijze van werken, die recht doet aan het karakter van het sociale domein. Zo’n wijze van werken vraagt om een meervoudig beleidsmatig en professioneel optreden. Aan opdrachtverlening en professionele verantwoording wordt dan op meerdere wijzen inhoud gegeven, zodat verschillende vormen van dienstverlening op passende wijze beoordeeld kunnen worden op hun individuele betekenis en maatschappelijke impact.

Roelof Hortulanus (1946) bekleedt de leerstoel Sociale interventies en lokaal sociaal beleid aan de Universiteit voor Humanistiek, gefinancierd door de MOgroep.

Nog enkele plaatsen beschikbaar in masterclass

Op 28 april 2011 start een masterclass van Hugo Letiche over ‘Professionals in kennisintensieve organisaties’.

Hoe verhouden kennisintensieve organisaties zich tot professionaliteit en sociale interventie? In deze masterclass wordt ingegaan op vier cruciale onderwerpen, die betrekking hebben op het organiseren en veranderen van kennisintensieve organisaties. De centrale vraag hierbij is wat het betekent om in een kennisintensieve organisatie te werken. Het concept ‘bureaucratie’ wordt vanuit verschillende invalshoeken bekeken. Vervolgens komen organisatieanalyse, organisatieontwikkeling en organisatieverandering bij een kennisintensieve organisatie aan bod. Als tegenwicht voor de bureaucratische organisatietheorie en -praktijk wordt organiseren tot slot bezien vanuit verschillende complexiteitsconcepten.

Project zwerfjongerenopvang afgerond

Het driejarig onderzoeksproject naar de opvang van zwerfjongeren in Almere is afgerond.

De provincie Flevoland kent enkele honderden zwerfjongeren; kwetsbare jongeren met complexe problemen. De reguliere hulp slaagt er niet goed in om deze jongeren binnen de poort te houden omdat de opvang andere doelen stelt dan de jongeren zelf. Tegen deze achtergrond is Kwintes RIBW in Almere in 2007 gestart met het opvangen van zwerfjongeren volgens een specifieke begeleidingsaanpak: de presentiebenadering. De belangrijkste opdracht in deze aanpak is dat begeleiders een relatie met de zwerfjongeren opbouwen en de jongeren ‘vasthouden’. Men hoopt dat de jongeren hierdoor meer zelfvertrouwen ontwikkelen en leren hun leven vorm te geven.

Karin Runia en Roelof Hortulanus hebben dit project begeleid en geëvalueerd. Onderzocht is wat de werkingskracht van de presentiebenadering is voor de opvang en begeleiding van zwerfjongeren, hoe de jongeren zelf de benadering ervaren, en wat de aanpak betekent voor de organisatie en de zorgketen. De resultaten van het project zijn zeer positief; na afloop van het project is de onderzochte benaderingswijze regulier geworden.

De resultaten van het project zijn beschreven in het boek ‘Zwerfwerken: een evaluatieonderzoek naar de werkingskracht van presentie bij de opvang en begeleiding van zwerfjongeren’. Het LESI bereidt samen met de Stichting Zwerfjongeren Nederland een landelijk congres voor.

Meer informatie: Karin Runia, (k.runia@lesi.nl)

Kwaliteit in de ouderenzorg

In 2010 heeft LESI een onderzoek uitgevoerd naar kwaliteitstoetsing in de ouderenzorg.

Verschillende zorginstellingen voor ouderen proberen een andere omgang van hulpverleners met cliënten te bewerkstelligen. Anders, omdat er zorgen zijn over de inhoud van de zorg, de almaar groeiende vraag, de betaalbaarheid, het gebrek aan personeel, de wirwar aan regels, enzovoorts. Belangrijke facetten van de zorg van deze vernieuwers zijn echter niet te meten met de indicatoren van de huidige kwaliteitsbeoordelingssystemen. Deze indicatoren zijn vaak erg technisch of onvolledig. Zij houden bijvoorbeeld onvoldoende rekening met het welzijn van ouderen of met de situatie. Nodig zijn instrumenten die een beter beeld geven van de werkelijke praktijk. De behoefte hieraan leeft niet alleen binnen de onderzochte zorginstellingen, maar ook bij de inspectie en bij zorgverzekeraars.

Karin Runia en Marieke Renoù hebben de visie en werkwijze van een drietal innovatieve zorginstellingen geanalyseerd in relatie tot de wijze waarop de door hen geleverde kwaliteit al dan niet wordt gemeten in de gangbare verantwoordings- en beoordelingssystemen. Het onderzoek laat zien dat het mogelijk is om binnen de soms knellende wettelijke en financiële kaders vernieuwingen door te voeren, hoewel dat niet gemakkelijk is. De resultaten van het onderzoek zijn beschreven in het LESI-rapport ‘Wordt de cliënt op tijd uit bed gehaald? Tja, wiens tijd?’ In dit rapport worden de contouren geschetst van een ander kwaliteitsbeoordelingssysteem: een systeem waarbinnen zowel de richtlijnen, de bekostiging, als de (individuele) ervaringen van belang zijn.

In februari 2011 organiseert het LESI een expertmeeting over het rapport met vertegenwoordigers van innovatieve ouderenzorgorganisaties, cliëntenraden, inspectie (IGZ), VWS, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en onderzoekers.

Meer informatie: Karin Runia, k.runia@lesi.nl

Sociaal isolement bij ouderen

Het vierjarige onderzoeksproject Voorkomen en bestrijden van sociaal isolement bij ouderen in Rotterdam is afgerond.

Tussen 2006 en 2010 is in Rotterdam een onderzoeksproject uitgevoerd om meer inzicht te krijgen in effectieve werkwijzen en interventies die de situatie van sociaal geïsoleerde ouderen kunnen verbeteren. In voorgaande jaren was in Rotterdam al enige ervaring opgedaan met het bestrijden van sociaal isolement bij ouderen. Het bleek echter lastig om de meest kwetsbare ouderen te bereiken en ook de resultaten van de interventies lieten te wensen over. De belangrijkste knelpunten betroffen het eenzijdige aanbod van voorzieningen en interventies (vooral gericht op netwerkontwikkeling en activering), de afstemming tussen professionele en informele vormen van hulp en ondersteuning en de verankering en continuïteit van interventies. Het onderzoeksproject is opgezet om hier verandering in te brengen. Doelstelling was de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van interventies, gericht op het signaleren van sociaal isolement en het verminderen of opheffen ervan.

Zes Rotterdamse organisaties voor welzijn en maatschappelijke dienstverlening hebben pilots uitgevoerd om sociaal isolement bij ouderen aan te pakken. Elke organisatie hanteerde daarbij eigen invalshoeken en zwaartepunten. De zes organisaties zijn gedurende de projectperiode inhoudelijk begeleid en ondersteund door Anja Machielse en Roelof Hortulanus. De begeleiding vond plaats in de vorm van een zogenaamd actieonderzoek, waarbij theoretische kennis en praktijkkennis permanent op elkaar zijn betrokken.

Het onderzoeksproject heeft veel kennis opgeleverd over effectieve werkwijzen en interventies die de situatie van sociaal geïsoleerde ouderen kunnen verbeteren. Centraal staat de ontwikkeling van een typologie van interventieprofielen die als basis kan dienen voor de inzet van passende interventies en begeleidingsvormen en die als uitgangspunt kan dienen bij het inrichten van uitvoeringspraktijken. De resultaten van het project zijn beschreven in het boek Sociaal isolement bij ouderen. Op weg naar een Rotterdamse aanpak. Het boek is te bestellen bij uitgeverij SWP.

Meer informatie: Anja Machielse, a.machielse@lesi.nl

‘Als meedoen niet lukt’: aanpak van sociaal isolement in de provincie Utrecht

Eind 2010 is een start gemaakt met dit onderzoeksproject in opdracht van de provincie Utrecht en de gemeenten Utrecht, Amersfoort en Nieuwegein.

Doel van het project 'Als meedoen niet lukt' is kennis over de aanpak van sociaal isolement te ontwikkelen, te delen en toe te passen. De gemeenten Utrecht, Amersfoort en Nieuwegein ontwikkelen in het kader van dit project een innovatieve gemeentelijke aanpak voor sociaal isolement, met verschillende zwaartepunten per gemeente. De kennis en praktijkervaringen worden vervolgens gedeeld met andere gemeenten binnen de provincie Utrecht. Landelijke profilering van de resultaten vindt plaats met betrekking tot de verdere uitwerking van de Wmo, het programma Welzijn nieuwe stijl en nieuwe vormen van actief en responsief lokaal bestuur.

Anja Machielse en Marina Jonkers ondersteunen de deelnemende gemeenten door middel van een participerend interventieonderzoek, waarin het invullen van kennislacunes, praktijkadvisering en resultaat- en impactanalyse hand in hand gaan. Om tot innovatieve handelingspraktijken te komen, wordt gewerkt met wijkgebonden communities of practice, waarin vertegenwoordigers van relevante organisaties kennis en ervaringen uitwisselen en nieuwe werkwijzen en oplossingen ontwikkelen. In deze communities of practice worden aspecten uitgediept die van belang zijn voor een innovatieve aanpak van sociaal isolement: het gaat dan om verschillende aspecten van deskundigheid, professionaliteit, organisatorische en bestuurlijke randvoorwaarden, verankering, enzovoorts.

Meer informatie: Anja Machielse, a.machielse@lesi.nl

Nieuwe medewerker

Sinds 1 juni 2010 werkt dr. Marina Jonkers bij het LESI als senior onderzoeker.

Marina werkt momenteel in het project 'Als meedoen niet lukt', dat gericht is op het ontwikkelen van een aanpak van sociaal isolement in de gemeenten Utrecht, Amersfoort en Nieuwegein.  Marina is cultureel antropoloog en een ervaren onderzoeker. Voorheen deed zij verschillende onderzoeken voor onderzoeksinstellingen, gemeenten en welzijnsorganisaties op het terrein van gezondheidszorg, opvoeden, onderwijs en maatschappelijke participatie in de multi-etnische samenleving. Haar laatste onderzoeksproject ging over eenzaamheid en sociaal isolement bij ouderen. Ook gaf zij onderwijs over interculturalisatie van professioneel denken en handelen aan studenten bij sociale wetenschappen en geneeskunde en aan professionals werkzaam in de gezondheidszorg.

Meer informatie: www.marinajonkers.nl

Publicaties

Wordt de cliënt op tijd uit bed gehaald? Tja, wiens tijd?

LESI-rapport 2010/01

Een verkenning naar aanvullende kwaliteitsindicatoren voor de ouderenzorg.

Auteurs: Karin Runia en Marieke Renoù.

In dit rapport wordt verslag gedaan van een onderzoeksverkenning naar de manier waarop de Inspectie voor de Gezondheidszorg en drie innovatieve ouderenzorgorganisaties omgaan met het toetsen van de kwaliteit van de zorg. Belangrijke facetten van de zorg van de vernieuwers zijn niet goed terug te vinden in de indicatoren van huidige kwaliteitsbeoordelingssystemen. Wat deze indicatoren wel laten zien, is vaak te technisch en onvolledig. Kenmerkend voor de onderzochte organisaties is bijvoorbeeld dat wonen, welzijn en zorg in hun visie onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Daarnaast realiseert men zich dat reflectie en terugkoppeling van ervaringen in alle lagen van de organisatie nodig is en dat goede kwaliteit een onderhoudsproces impliceert. De innovatieve zorgorganisaties blijken eigen kwaliteitsindicatoren te hanteren waarin deze uitgangspunten zijn verdisconteerd.Dit rapport schetst de contouren van een integraler en evenwichtiger beoordelingssysteem, waarin richtlijnen, bekostigingen en ervaringen samenkomen.

Dit rapport is vanaf half te downloaden van de Lesi website

Zwerfwerken

LESI-rapport 2010/02

Een evaluatieonderzoek naar de werkingskracht van presentie bij de opvang en begeleiding van zwerfjongeren.

Auteurs: Karin Runia en Roelof Hortulanus.

Dit boek beschrijft een bijzonder opvangproject voor zwerfjongeren met complexe problemen, uitgevoerd door Kwintes RIBW in Almere. De doelstelling van dit project was drieledig: inzicht krijgen in de werkingskracht van de presentiebenadering bij de opvang en begeleiding van zwerfjongeren (rendeert de opvang); leren van de ervaringen (wat werkt er goed en welke investering wordt er gevraagd van medewerkers, management en bestuur); verankering van de opgedane ervaringen bij de aanvragende organisatie en uitdragen van de kennis bij soortgelijke organisaties en andere betrokken actoren, zoals gemeenten en zorgkantoren. Onderzocht is de betekenis van de benaderingswijze voor het personeelsbeleid, de ketenzorg en het financiële beleid. Met name indicatie-technisch ontstaan belangwekkende vragen voor de betrokkenen.Het onderzoek heeft onder meer geleid tot een begeleidingsprofiel en een bijpassend professioneel repertoire.

In dit boek wordt de specifieke opvang en begeleiding gedurende drie jaar nauwkeurig en van ‘binnenuit’ beschreven. Ook de resultaten voor de jongeren en de medewerkers komen aan bod. Het boek is geschikt voor organisaties voor jeugdhulpverlening en GGz, voor beschermde woonvormen en gemeenten (DMO).

Het boek is te bestellen bij: info@lesi.nl

Sociaal isolement bij ouderen

LESI-rapport 2010/03

Op weg naar een Rotterdamse aanpak.

Auteurs: Anja Machielse en Roelof Hortulanus.

Uitgave uitgeverij SWP, ISBN 978 90 8850 213 2

In Rotterdam is vier jaar lang gewerkt aan een effectieve aanpak van sociaal isolement bij ouderen. Dit boek beschrijft alle aspecten van de ontwikkelde aanpak. Het biedt achtergrondinformatie over sociaal isolement en inzicht in de heterogeniteit van de doelgroep. Het laat zien welke mogelijkheden er zijn om sociaal isolement bij ouderen aan te pakken, welke resultaten kunnen worden verwacht bij verschillende categorieën sociaal geïsoleerden, welke organisatorische en institutionele randvoorwaarden nodig zijn om de aanpak succesvol in te kunnen voeren en hoe verankering van de ontwikkelde werkwijzen in de reguliere uitvoeringspraktijk kan plaatsvinden.

Het boek is bestemd voor iedereen die zich bezighoudt met het bestrijden van sociaal isolement. Het biedt handvatten bij het ontwikkelen van een visie, het bepalen van prioriteiten en beleidskeuzes, het ontwikkelen van een passend aanbod, het inrichten van de uitvoeringsstructuur en de samenwerking met andere organisaties en partijen.

Het boek is te bestellen bij Anja Machielse, a.machielse@lesi.nl

Contact

E-mail: info@lesi.nl
Telefoon: 030-253 4920
Website: www.lesi.nl


 Copyright © 2011 LESI

Postadres

LESI - Landelijk Expertisecentrum Sociale Interventie
p/a Universiteit Utrecht Postbus 80140, 3508 TC Utrecht
Klik hier om uit te schrijven voor de nieuwsbrief of om uw gegevens aan te passen