Sociale Interventie

De academische masteropleiding Sociale Interventie richt zich op effectievere interventies voor sociale problemen op micro-, meso- en macroniveau. Dit met behulp van onderzoek en kennisontwikkeling met betrekking tot het ontwerpen, toetsen en uitvoeren van sociale interventies. Maar wat is nu precies sociale interventie?

Deze pagina is te kort om u geheel vertrouwd te maken met het begrip sociale interventie. Dat is immers het onderwerp van de master. Gedurende twee jaar ondernemen docenten en deelnemers een zoektocht naar verschillende onderdelen, mogelijkheden en contradicties van sociale interventies. Wij kunnen u echter wel inzicht geven in een aantal aspecten van sociale interventie die tijdens de opleiding aan bod komen.

Sociale interventie kunnen we voorlopig omschrijven als 'een ingreep in het sociale domein teneinde een bepaalde waarde te realiseren'. In de aanpak van een interventie en de wetenschappelijke reflectie daarop zijn diverse thema's aan de orde:

1.      Het vraagstuk
Aan elke interventie ligt een maatschappelijk vraagstuk ten grondslag. Hierbij kunt u denken aan bijvoorbeeld overlast, sociaal isolement, werkloosheid, arbeidsongeschiktheid of het disfunctioneren van het openbaar bestuur.

2.      De interventie
Interventies bestaan doorgaans uit programma's die in tijd en plaats afgebakend zijn. Denk bijvoorbeeld aan programma's voor levenslang leren, zorgvernieuwing, reclassering in de wijk, het terugdringen van wachtlijsten in de zorg en de vervanging van bureaucratische sturing door marktsturing.

3.      De waardeoriëntatie
Bij het thema waardeoriëntatie gaat het om de legitimiteit van interventies en de maatschappelijke verandering van bepaalde waarden. Een belangrijke vraag hierbij is of middelen (uitsluitend) worden geheiligd door het doel of door hun effectiviteit. Politieke en maatschappijtheorieën zijn hierbij een instrument. U kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan de bijdrage van interventies aan de emancipatie van minderheden.

4.      Het domein
Een interventie vindt meestal plaats binnen een bepaald domein. Het gaat om het brede sociale veld van onder andere zorg en welzijn, educatie, sociale zekerheid en justitie. De partijen in dit veld bestaan zowel uit overheidsorganen, uit particuliere initiatieven als uit sociale ondernemers.

5.      De theorie
Bij de theoretische onderbouwing van sociale interventies staat de vraag naar het conceptueel adequaat beschrijven van interventies centraal. Dit kan bijvoorbeeld bestaan uit een combinatie van handelingstheorie, systeemtheorie en ontwikkelingstheorie.

6.      Methodiek en sturing
Interventies verlangen naar hun aard specifieke vormen van sturing.

  • Op microniveau gaat het om methodiek: hoe voer je een interventie uit?
  • Op mesoniveau om de organisatie: hoe stem je interventies op elkaar af?
  • En op macroniveau om beleid: hoe ontwerp je een samenhangend interventieprogramma?

Belangrijke thema's zijn: interventiemethodiek en professionaliteit, management van interventies in professionele organisaties, beleid(ssturing) van interventies en discretionaire ruimte voor uitvoerders.

7.      Methodologie
Het wetenschappelijk onderzoeken van interventies staat hier centraal, waarbij uitgegaan wordt van de eisen die het vraagstuk aan het ontwerp van onderzoek stelt, zoals een keuze tussen proces- en resultaatevaluaties.

8.      Geschiedenis van sociale interventies
Het gaat hier om de vraag welke pogingen tot interventie eerder zijn gedaan en op welke manier die zijn uitgevoerd. Hierbij kunt u bijvoorbeeld denken aan de geschiedenis van de maakbaarheid van de samenleving, democratische planning en actieonderzoek.

Er kan een onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds het vraagstuk en de daarmee verbonden interventie, en anderzijds de verschillende elementen in de reflectie daarop. Om inzichtelijk te maken op welke manier we hier in de opleiding naar kijken, geven wij u een voorbeeld waarin de bovengenoemde aspecten met elkaar worden verbonden.

Sociale interventie: koppeling van theorie en praktijk. Andries Baart en Geert van der Laan. 2002 uit SI, no. 4, pag. 4-18

 
Copyright © 2017/2018 LESI
Telefoon secretariaat: 030-2122000