Opleidingen

Masterclasses

Masteropleiding Sociale Interventie

Masterclasses

  1. Wetenschappelijke fundering van praktische handelingskennis
  2. De onderzoekende professional
  3. Presentie, interventie en accountability
  4. Sociale interventies in kennisintensieve organisaties
  5. Van mismatch naar match tussen beleid en uitvoering
  6. De persoonlijke factor: de geïndividualiseerde professional en het professionele kapitaal
  7. Verschil maken: diversiteit als maatschappelijke constructie
  8. Afrondende thesis

Elke masterclass duurt acht weken, waarin de deelnemers en docenten elkaar in principe vier maal gedurende vijf dagdelen (2 dagen) ontmoeten.
In de weken waarin geen bijeenkomsten plaatsvinden, bereidt de deelnemer zich voor door middel van literatuurstudie en het maken van opdrachten. Binnen iedere masterclass is een aantal uren gereserveerd voor het voorbereiden en uitvoeren van het eigen onderzoek (zie verder onderzoek).

Onderzoek: rode draad binnen de opleiding
Gedurende de twee jaar die de opleiding in beslag neemt, voert de deelnemer ook een eigen interventie-onderzoek uit. Het onderwerp en de richting van dit onderzoek kan eventueel in samenspraak met de organisatie die de deelnemer opgeeft, worden bepaald. Bij de opgegeven opdrachten en de in te brengen casuïstiek wordt zoveel mogelijk ingespeeld op deze individuele onderzoekstrajecten van de deelnemers. Op gezette momenten in de opleiding wordt een korte onderbreking van de tweewekelijkse bijeenkomsten gecreëerd, zodat de deelnemers de benodigde tijd krijgen voor de uitvoering en verslaglegging van hun onderzoek.
Hoewel de opleiding de vraagstukken wetenschappelijk benadert, wordt de theorie voortdurend gekoppeld aan praktijkkennis. Daarbij gebruiken we geëigende onderzoeksstrategieën om de effectiviteit van bestaande sociale interventiepraktijken te analyseren. Ook biedt de opleiding alle ruimte aan deelnemers om de eigen situatie als uitgangspunt te nemen. Deze opleiding vraagt veel tijd, motivatie en toewijding van de deelnemers, maar geeft ook veel terug. Al tijdens de opleiding leert de deelnemer op een andere manier te kijken naar sociale interventies en kan die kennis direct toepassen in de werkpraktijk.

Breed door interdisciplinaire benadering
De masteropleiding Sociale Interventie is interdisciplinair van aard. Ze maakt gebruik van inzichten en benaderingen uit de sociale wetenschappen, de economie en bedrijfskunde, de politicologie en bestuurskunde en de filosofie. Deze brede wetenschappelijke bedding maakt het gemakkelijker om te gaan met de spanning tussen vraagsturing, professionele deskundigheid en bureaucratische rechtvaardigheid. Het kan de deelnemer helpen zijn of haar eigen bijdrage te bepalen bij het benaderen van complexe sociale vraagstukken en het beantwoorden van de grote vraag naar aandacht, dienstverlening en zorg in tijden van professionele schaarste.

Vinden van generieke aspecten
Kennis en vaardigheden die breed inzetbaar zijn, vragen om een generiek perspectief. Alleen daarmee kunnen we overeenkomstige aspecten van sociale interventiepraktijken benoemen, zoals de behoefte aan maatwerk, de uitdaging van culturele diversiteit, de grondslagen voor samenwerking en de vormen van resultaatgerichtheid. Vervolgens kunnen we hiermee eenvoudiger nagaan waarom specifieke interventiepraktijken wel of juist niet in hun opzet zijn geslaagd.

Directe koppeling met (eigen) praktijk
In welke setting de deelnemer aan deze masteropleiding ook functioneert, het is belangrijk dat hij of zij voortdurend een relatie kan leggen tussen vier logica's: de logica van burgers, klanten en cliënten, de logica van de professionele uitvoeringspraktijk, de logica van het organisatiemanagement en de logica van de beleidscontext. De onderwijsopzet biedt hiervoor alle ruimte. De theorie kan voortdurend gekoppeld aan en direct toegepast worden in de eigen praktijk, onder meer doordat eigen cases ingebracht kunnen worden.

Doelgroep
De masteropleiding is gericht op managers, beleidsmakers, projectleiders, uitvoerende professionals en docenten van beroepsopleidingen met als werkgebieden:

zorg                                                          jeugdzorg
wonen                                                      onderwijs
welzijn                                                      maatschappelijke dienstverlening
werk en inkomen                                     maatschappelijke opvang

Deelnemers worden aangesproken op hun behoefte aan verdieping van eigen inzicht en ervaring, waarbij zij, gezien hun seniorstatus, verondersteld worden eigen cases gericht te kunnen onderzoeken en daarop - vanuit door de docenten aangeboden interpretatiekaders - te reflecteren. Bij de deelnemers wordt een bereidheid en een zich ontwikkelend vermogen verondersteld om bij voortduring te pendelen tussen casuïstiek en theorie én tussen praktijk en wetenschap. 

Leerdoelen
De deelnemer:
leert gericht te reflecteren op zijn of haar beschikbare kennis en zijn of haar reguliere werkpraktijk;
verwerft competenties, die gebruikt kunnen worden bij het verbeteren van de beleidsinzet, organisatorische aansturing, professionele inhoudelijke deskundigheid en docentschap;
leert gebruik te maken van veranderkundige perspectieven en onderzoeksstrategieën in de eigen handelingspraktijk;
oefent met het hanteren van een strategie voor effectieve vraagsturing in samenhang met geëigende sturingsmodellen;
raakt vertrouwd met het principe van perspectiefwisseling en het op elkaar betrekken van het eigen vermogen tot kennisactualisatie, visieontwikkeling, interventiestrategiebepaling en uitvoeringsgericht management.

Aandacht voor de persoonlijke rol van de professional
Voor effectieve sociale beleids- en interventiepraktijken is het persoonlijk optreden van de professional erg belangrijk. Dat aspect krijgt dan ook de nodige aandacht. Er wordt ingegaan op de opstelling en het handelen van sociale professionals in een gefragmenteerde en cultureel diverse maatschappelijke context. Ook gaan we na hoe agogisch getinte interventies op een zinvolle manier kunnen worden verbonden met repressievere interventies.

Kleine groep, veel individuele begeleiding
De groep telt 15 tot 20 deelnemers. Dat maakt intensieve begeleiding en individuele aandacht mogelijk, ook bij de uitvoering van het interventieonderzoek. Bijkomstige winst is dat de deelnemer door de masteropleiding deel gaat uitmaken van een netwerk, dat ook na de opleiding nuttig kan zijn. De deelnemer komt in nauw persoonlijk contact met de wetenschappelijke initiatiefnemers en gerenommeerde gastdocenten. Ook de contacten tussen de deelnemers onderling zijn een nuttig platform voor het uitwisselen van kennis, praktijkervaringen en ideeën voor vernieuwing.